Venetië : Geschiedenis - Waterputten
Venetië is ontstaan in de 5de eeuw en was vroeger één van de belangrijkste havens van Europa. De eerste bewoners kwamen op deze eilanden terecht omdat ze vluchtten voor de aanstormende Hunnen van Attila. De inwoners van Venetië zijn steeds ambitieus geweest en zochten iets om veel bezoekers (lees=geld) te lokken.
In 823 brachten de Venetianen het lichaam van de evangelist Marcus uit Alexandrië over naar hun stad. Hij werd de schutspatroon en komt in het wapenschild van Venetië voor.
Niet alleen door de bedevaarten naar de H.Marcus kwam er welstand. Het bestuur van deze ministaat gebeurde door de Dogen, zij stonden zowel aan het hoofd van de staat als van de katholieke kerk. Zij deden mee aan de kruistochten, stuurden hun oorlogsvloot de wereld rond en lijfden zo vele landen in. Er werd een enorm handelsverkeer opgebouwd. Het was ook in deze periode dat o.m. het Dogenpaleis en de basiliek werd gebouwd.
In de 18de eeuw echter verhuisde de handel naar de Atlantische Oceaan (o.m. Antwerpen en Rotterdam). Venetië werd een dode stad. Toen Napoleon de stad innam zonder slag of stoot heeft de laatste van de 120 Dogen zijn ambt neergelegd. De stad kwam opnieuw tot leven bij de eenmaking van Italië. Venetië werd terug een belangrijke havenstad maar de activiteiten zijn nu wel meer op het vasteland gevestigd: Mestre en Maghera. Het eiland Lido werd een exclusieve badplaats
Waterputten
Ten tijde van de Republiek zijn ze overal in Venetië gebouwd, deels op particulier initiatief, deels voor openbaar gebruik. Het stadsbestuur van Venetië vond dat iedereen over zuiver drinkwater moest kunnen beschikken. Deze publieke waterputten werden twee maal per dag opengesteld door de wijkmeesters. Zij beschikten over de sleutel van de putdeksel en waakten over de kwaliteit en kwantiteit van het water.
Die eeuwenoude, decoratieve putten (waarvan men vermoed dat er nog zo’n 2500 zijn in Venetië) staan nog steeds overal in de stad, al zijn de meeste niet meer in gebruik en afgesloten met een deksel. Op je zwerftocht door Venetië ontdek je dat geen waterput hetzelfde is. Dat maakt ze ook zo attractief om te fotograferen.
De waterputten werden gebouwd door speciale pozzeri, een ambacht dat van vader op zoon werd doorgegeven. De putten zijn meestal vijf meter diep. Onder het plaveisel bevindt zich een grote bak met zand waarin het regenwater werd opgevangen en gefilterd.
Vergiftiging
De inwoners van Venetië waren enorm bang voor vergiftiging van het water in de putten. Geregeld werden er dan ook zondebokken gevonden die hiervan verdacht werden (Joden, heksen, ketters). In de 19de eeuw ontdekte men dat het om ziektekiemen van ontbindende lijken ging, die in het water doordrongen. Dit was mogelijk omdat sommige waterputten bij begraafplaatsen gebouwd waren. Pas in 1807 kwam er een eind aan de praktijk om de doden in Venetië zelf te begraven. Napoleon verordonneerde dat de overledenen voortaan op het eiland San Michele begraven moesten worden.


Reacties
Een reactie posten